Historie - pagina 1

Menselijke hand
Wegen met de hand De oudste weegschaal is met zekerheid de menselijke hand. Op de uitgestoken hand gelegd werd een hoeveelheid geschat naar gewicht. Want toen de prehistorische mens niet alleen maar jaagde en oorlog voerde maar ook ging verzamelen, ruilen en handelen moest hij een manier bedenken om de te verhandelen en te ruilen materialen met elkaar te kunnen vergelijken.

Balansen
Waardevolle producten en voedsel werden verhandeld en geruild en dan moest er van het aangebodene of gevraagde een hoeveelheid bepaald worden.
Eenvoudige gelijkarmige balansen met onderhangende schalen Dat het gewicht hierbij een belangrijk hulpmiddel werd, blijkt daaruit dat al 7000 jaar geleden de Babyloniers en de Egyptenaren weegschalen gebruikten. Dat waren toen nog eenvoudige gelijkarmige balansen met onderhangende schalen. Bij het wegen werden "gewichten" op de ene schaal -de gewichtsschaal- gelegd en het weeggoed op de andere, de weegschaal.

De Babyloniers hadden al een goed georganiseerd maten- en gewichtensysteem. De Babylonische priesters waren de eerste ijkbeamten die normstandaarden voor gewichten bewaarden, en deze gewichten regelmatig vergeleken met de gewichten die in de handel en op de markten gebruikt werden: de eerste kalibraties.

Pas 4500 jaar geleden pasten de Grieken en de Hebreeën gerichte ijkregelingen toe.

Hoe nauw de toenmalige handelaren het namen met het afwegen van hun producten tonen de gevonden geschriften overhandelstransacties op basis van gewichten die nauwkeuriger dan 1 gram waren.
In Egypte was 3400 jaar geleden de "pek" de kleinste bekende gewichtseenheid ter groote van 0,71 gram, terwijl 1000 jaar later in Athene met een kleinste eenheid van 0,05 gram werd gemeten



De ongelijkarmige balans
Ongelijkarmige balans Het waren de Romeinen die de verdere ontwikkeling van de balans in gang zetten door de gelijkarmige balans, die steeds "1 op 1" woog, te verbeteren door er een ongelijkarmige balans van te maken. Deze zogenaamde Romeinse balans had nog slechts één onderhangende schaal voor het opplaatsen van het weeggoed, terwijl de andere zijde van de balans was uitgerust met een verschuifbaar contragewicht dat langs een schaalverdeling werd uitgeschoven tot de balans in evenwicht kwam.

Dat beide schalen voor het opplaatsen van het weeggoed en de contragewichtenbij de gelijkarmige balans aan de onderzijde van de balans-arm hingen, maakte het nodig altijd een solide bovenliggende constructie te maken om de balans-arm aan te kunnen ophangen. Bovendien zaten meestal de touwen of kettingen, waar de schalen aan waren opgehangen, in de weg bij het opplaatsen van het weeggoed.

Ga naar pagina 2